Profiel Raad van Commissarissen

Onze Raad van Commissarissen (RvC) bestaat uit vijf personen, onder wie de voorzitter.  De RvC heeft tot taak toezicht te houden op het bestuur en op de algemene gang van zaken binnen Wetland Wonen en staat het bestuur met raad ter zijde. De RvC:

  • Richt zich bij de vervulling van zijn taak naar het belang van Wetland Wonen en weegt daarbij de in aanmerking komende belangen van bij Wetland Wonen betrokkenen af. 
  • Beslist over benoeming, beoordeling, beloning, schorsing en ontslag van de bestuurder(s).
  • Is verantwoordelijk voor de kwaliteit van zijn eigen functioneren.
  • Streeft naar een gemengde en uitgebalanceerde samenstelling qua geslacht, leeftijd, beroepsgroepen, kennis, expertise, persoonlijkheidskenmerken en competenties.
  • Beschikt over een aantal specifieke deskundigheden (zie hieronder).
  • Stelt vanuit zijn midden een remuneratie- en een auditcommissie in. Deze commissies bereiden de besluitvorming van de RvC voor. 
  • Heeft voldoende lokale verankering, betrokkenheid bij de regio.

Van ieder lid wordt verwacht dat hij/zij voldoende tijd en aandacht heeft voor de vervulling van zijn/haar functie binnen de RvC.

Algemene profieleisen

Ieder lid voldoet aan de eisen van de Governance Code Woningcorporaties. In het bijzonder:

  • Is samen met de andere leden van de raad verantwoordelijk voor het geheel van het functioneren van de RvC.
  • Kan hoofdlijnen van het bestuur beoordelen.
  • Is onafhankelijk in oordeels- en besluitvorming en heeft een kritische houding.
  • Is integer en gaat vertrouwelijk om met informatie.
  • Is deskundig en heeft ervaring met strategisch en bestuurlijk beleidsniveau.
  • Heeft een academisch werk- en denkniveau.

 In de RvC dienen de volgende deskundigheden aanwezig te zijn:

  • Financieel/fiscaal.
  • HRM, organisatieontwikkeling.
  • Juridisch.
  • Vastgoed, projectontwikkeling.
  • Volkshuisvesting, wonen, welzijn en zorg en de daarmee verbonden leefbaarheidsaspecten.

Daarnaast ambieert de RvC om:

  • Betrokken te zijn op en affiniteit te hebben met volkshuisvesting en de missie van Wetland Wonen.
  • Een brede maatschappelijke oriĆ«ntatie en een relevant netwerk te hebben.
  • De rollen van toezichthouder, klankbord en werkgever van bestuur zo goed mogelijk in te vullen.
  • Goede contactuele en representatieve vaardigheden te hebben.
  • Te kunnen samenwerken in teamverband en consensus na te streven.

Vastgoed profieleisen

Naast de algemene profieleisen wordt van de leden het volgende verwacht:

  • Brede kennis van en ervaring op het gebied van vastgoed en affiniteit met duurzaamheid.
  • Kennis van alle aspecten (in levensduur) van vastgoed (van haalbaarheidsstudies tot exploitatie, [her]ontwikkeling en realisatie) en het vermogen deze te vertalen naar strategische keuzes en opgaven voor Wetland Wonen.
  • Inzicht in het functioneren van de woning- en vastgoedmarkt en het vermogen kennis op het gebeid van ruimtelijke ordening te koppelen aan strategische opgaven voor Wetland Wonen.
  • Kennis van relevante wet- en regelgeving op het gebied van ruimtelijke ordening en vastgoed is een pre.
  • Het kunnen beoordelen en toetsen van strategische en andersoortig complexe besluitvormingsprocessen. 
  • Affiniteit met de doelstelling van Wetland Wonen.
  • Onafhankelijke oordeelsvorming/onpartijdige houding.
  • Opleiding minimaal HBO-niveau; academisch werk- en denkniveau.
  • Een brede maatschappelijke belangstelling.
  • Bereidheid (en de mogelijkheid) tijd te besteden in het toezicht (ook buiten de vergadering).

Competenties

Ten aanzien van competenties wordt de geschiktheid van de commissarissen beoordeeld op de volgende competenties, welke voor de toetsing door de Autoriteit Woningcorporaties moeten worden gemotiveerd/onderbouwd:

  • Authenticiteit.
  • Bestuurlijk inzicht.
  • Helikopterview.
  • Integriteit en moreel besef.
  • Maatschappelijke (omgevings)sensitiviteit en verantwoordelijkheid.
  • Onafhankelijke oordeelsvorming.
  • Teamspeler.
  • Vakinhoudelijke kennis en visie.
  • Voorzittersvaardigheid (indien van toepassing).
  • Zelfreflectie.

Artikel 30 lid 6 van de Woningwet 2015 die per 1 juli 2015 van kracht is, bepaalt dat het lidmaatschap van de RvC onverenigbaar is met:

  • a. het lidmaatschap van een bestuur van een toegelaten instelling; Dit geldt eveneens voor een interim lidmaatschap van een bestuur. 
  • b. het eerdere lidmaatschap van het bestuur van de toegelaten instelling of haar directe rechtsvoorganger;
  • c. het eerdere lidmaatschap van de raad van commissarissen van een toegelaten instelling of haar directe rechtsvoorganger, indien ten tijde van dat lidmaatschap in verband met een ondeugdelijke bedrijfsvoering aan die toegelaten instelling een aanwijzing als bedoeld in artikel 61d is gegeven of een maatregel als bedoeld in artikel 48, zevende lid, 61g, eerste, tweede of derde lid, 61h, eerste lid, 104a, eerste lid, 105, eerste lid, of 120b is opgelegd;
  • d. het lidmaatschap van enige raad van commissarissen of dienovereenkomstige andere toezichthoudende instantie, indien een ander lid van de Raad van Commissarissen van de betrokken toegelaten instelling zitting heeft in die zodanige raad of instantie;
  • e. het lidmaatschap van een orgaan van, en een functie bij, een andere rechtspersoon of vennootschap die op het maatschappelijke belang gerichte werkzaamheden verricht, indien een bestuurder van de toegelaten instelling bestuurder is van die rechtspersoon of vennootschap;
  • f. het lidmaatschap van een college van burgemeester en wethouders van een gemeente waar de toegelaten instelling haar woonplaats heeft of feitelijk werkzaam is, of van een orgaan van een organisatie die zich ten doel stelt de belangen van gemeenten te behartigen;
  • g. het lidmaatschap van een college van gedeputeerde staten van een provincie waar de toegelaten instelling haar woonplaats heeft of feitelijk werkzaam is, of van een orgaan van een organisatie die zich ten doel stelt de belangen van provincies te behartigen;
  • h. het lidmaatschap van een dagelijks bestuur van een waterschap waar de toegelaten instelling haar woonplaats heeft of feitelijk werkzaam is, of van een orgaan van een organisatie die zich ten doel stelt de belangen van waterschappen te behartigen;
  • i. een functie als ambtenaar bij het Rijk, een provincie, een gemeente of een waterschap en enige andere functie, indien de aan die functie verbonden werkzaamheden meebrengen dat een betrokkenheid ontstaat of kan ontstaan bij de werkzaamheden van de toegelaten instelling of bij de ontwikkeling of de uitvoering van het overheidsbeleid op het terrein van de volkshuisvesting.

Deel deze pagina